Index | CJB | Voorwaarts! | Archief | Contact | Downloads | Weblinks


Kamerjacht

Door Annabelle Schouten

Het jachtseizoen is geopend. Het hele jaar. Jaar in, jaar uit zwermen hordes jongeren als opgejaagd wild door grote steden op zoek naar onderdak. Een eigen huis, een plek onder de zon... Of een te klein zolderkamertje waar je elke ochtend bij het opstaan je kop stoot tegen het te schuine plafond. Op kamerjacht gaan bezorgt je een hoeveelheid aan inschrijfgelden overal, avondlange zoektochten op het internet, talloze hospiteeravonden, speurtochten langs de aanbod – en vraagplekjes van de supermarkt. Tijdens deze jacht op een kamer wordt een meedogenloze strijd gevoerd. In deze strijd zijn kamerzoekende studenten zowel jagers als prooien. Prooien van melkende huizenbezitters of van winstbeluste bureaus.       

            Je kunt je natuurlijk gewoon overal inschrijven en dan wachten, wachten, wachten… totdat je bent afgestudeerd en eindelijk een kamer krijgt. Of als je geluk hebt – en genoeg punten (geen studiepunten of credits, huurpunten) – krijg je een echte woning toegewezen inclusief eigen keuken (hoef je je ook nooit meer af te vragen van wie dat beschimmelde hoopje op het aanrecht is of wie die stapel bierkratten nog steeds niet heeft opgeruimd). Maar wat als die woning onder de sloophamer terecht komt van een losbandig geworden woningbouwcorporatie en als de gemeente de andere kant op kijkt?

            Nee, dan de briefjesmethode! Met deze methode kun je je alvast bekwamen in het verkopen van jezelf, zoals dat later bij stages en sollicitaties ook zal gaan: “Flexibele, opgeruimde en sociale zoveelstejaars student nog-wat zoekt passende kamer in leuk en gezellig huis voor wonen in vast teamverband.”  Of: “Spontane studente nog-wat (zoveel jaar) kan niet wachten tot jij, ook spontane huisgenoot mij opbelt voor een kamer. Zodat we samen eens een bierrrrtje (aardappel-r inbegrepen!) kunnen nemen.” Dit soort briefjes komen dan tussen de supermarktadvertenties te hangen van een wanhopige 53-jarige nudist die ruimdenkende studentes zoekt voor schoonmaak in huis en van tante Miep, die haar antieke eikenwandmeubel van de hand wil doen.

             Eindelijk: via e-mail krijg je bericht of je wordt opgebeld voor een hospiteeravond. In precies vijf of tien minuten moet je een onvergetelijke, vlammende act opvoeren om je van de andere tachtig hospiterenden te onderscheiden. Een eerste indruk kun je nooit overdoen zeggen ze altijd. Daar treed je dan zo’n propvolle, bier overgoten kamer binnen van misschien je nieuwe huisgenoot. Acht paar ogen nemen je nieuwsgierig op en daar wordt het schrijfblok tevoorschijn gehaald, de lijst der lijsten, de database voor wanhopige jagers. Of prooien? Je perst je tussen de andere bezoekers en de al behoorlijk aangeschoten huisgenoten. Het volgende moment vuren deze laatsten een kanonnenreeks aan vragen op je af. Waar blijft die fel schijnende Gestapo-lamp, denk jij nog. “Je hoort nog van ons”, lallen ze na het kruisverhoor. Niet.

            Voor de pechvogels die van ver moeten komen rest nog een ding: op de camping tot je mond dichtvriest en je helemaal niks meer hebt in te brengen. Meedogenloze kamerjacht, student in een tent en sloop van renoveerbare woningen: zou er geen lampje moeten gaan branden? Opperjager minister Dekker draagt in elk geval haar steentje bij aan de oplossing voor de kamernood: “Lege bovenkamer te huur. Nog in goede staat en prijs in overleg.” Dan nog liever met een woonkrant om je heen gewikkeld onder de brug…

Voorwaarts! februari 2005

Last updated: 24-02-2005 20:14 | info@cjb.nu